Den Haag en Berlijn gaan samen werken aan beter spoor

Nederland en Duitsland nemen het voortouw om het Europese spoorvervoer naar een hoger plan te tillen. Ook het bedrijfsleven rolt z’n mouwen op en gaat grensoverschrijdend aan een reeks projecten sleuren.

Nederland gaat samen met de oosterburen initiatieven nemen om het goederenvervoer over het spoor in beide landen te vernieuwen en te verbeteren. Zo komen er gezamenlijke proeven met autonoom rijdende treinen, waarop dus geen machinist nodig is.

Een beginselakkoord is onlangs in Berlijn getekend door staatssecre- taris Stientje van Velthoven van Infrastructuur en Waterstaat en haar Duitse collega Enak Ferleman. Een brede vertegenwoordiging uit het bedrijfsleven in beide landen heeft aan het akkoord meegewerkt en zal de komende jaren in gezamenlijke werkgroepen de voorstellen uitwerken.

De twee landen willen het goederenspoorvervoer over een breed front moderniseren en hopen ook andere Europese lidstaten daarbij op sleeptouw te nemen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de digitalisering en automatisering in de bedrijfstak en voor de ontwikkeling van het transport per trein in ‘corridors’, zoals tussen Rotterdam en Genua, tussen de Noordzee en de Baltische staten, en de corridors van de Noordzee en van de Scandinavische landen naar de Middellandse Zee.

Langere treinen
Verder moet het spoor waar mogelijk geschikt worden gemaakt voor gebruik door langere goederentreinen. De infrastructuur moet daarvoor worden aangepast om tot een maximale treinlengte van 740 meter te komen. In dat opzicht is het nieuwe beginselakkoord een vervolg op het akkoord dat Nederland en Duitsland al in 2015 sloten.

In het goederenvervoer tussen Nederland en zijn oosterburen heeft het spoor al een verhoudingsgewijs groot aandeel. Vorig jaar ging het om 29,7 miljoen ton. Dat was zowat de helft van alle lading die tussen beide landen over de weg werd getransporteerd. De derde modaliteit in de ‘modal split’ is uiteraard de binnenvaart, die eveneens een groot aandeel in het totale grensoverschrijdende transport tussen beide landen voor haar rekening neemt. Van Velthoven en Ferleman stellen vast dat de rol van goederenspoorvervoer internationaal ook toeneemt. We zien dat in Europa zelf, bijvoorbeeld dankzij de nieuwe basistunnels in Zwitserland, die sneller spoortransport met zwaardere treinen mogelijk maken. Maar ook in het intercontinale goederenvervoer neemt de rol van de trein toe, bijvoorbeeld tussen Duitsland en China.

Autonoom
De verkeersministeries in Den Haag en Berlijn willen autonoom rijdende treinen een flinke duw in de rug geven. Er komen grensoverschrijdende proeven met zulk materieel en met geautomatiseerde koppeling van treindelen en wagons. Daarvoor moeten gestandaardiseerde systemen worden ontwikkeld, niet alleen voor het rijden ermee, maar ook voor de afhandeling van zulke trei- nen op terminals en op industriële complexen.

Hiervoor wordt een bilaterale werkgroep van deskundigen uit beide landen ingesteld, met de mogelijkheid dat andere lidstaten zich erbij aansluiten. Er moeten tevens maatregelen komen om bij ernstige verstoringen betrouwbaar en voldoende spoortransport te waarborgen. In het akkoord worden als voorbeeld de periodes van extreem laagwater op de Rijn genoemd. De ge- volgen daarvan moet de trein soepel kunnen opvangen.

Van Nederlandse kant worden de initiatieven ondersteund door een reeks vertegenwoordigers van het bedrijfsleven. Te noemen zijn onder anderen Steven Lak, voorzitter van Evofenedex, topman Willem Visser van DB Cargo Nederland, Pier Eringa van ProRail, voorzitter Rob Bagchus van VRTO, de vereniging van Rotterdamse terminalbedrijven, en de baas van Strukton Rail, Jacob Zeeman. Ook TNO is vertegenwoordigd, evenals VNO-NCW en MKB Nederland en Tata Steel. Uit het gecombineerd vervoer zijn Kombiverkehr en Hupac van de partij.

Bron: nieuwsbladtransport.nl